Logo nederlands tweede taalNederlands onder de zon wordt ontwikkeld in opdracht van Rijksdienst Caribisch Nederland. Nederlands onder de zon bestaat uit drie lesmodules: module 1 voor groep 5 en 6, module 2 voor groep 7 en 8 van de basisschool en module 3 voor jaar 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. De lessen worden gebruikt om kinderen op de Caribische eilanden Nederlands als tweede taal te leren. De lessen zijn speciaal geschreven om aan te sluiten bij de belevingswereld van de kinderen op de Caribische eilanden: de verhalen spelen zich af op de plekken op de eilanden die herkenbaar zijn voor de kinderen.

de koning

Nederlands onder de zon, in opdracht van het Caribisch-Nederlandse deel van het ministerie OCW, ontwikkeld door een collectief dat wordt aangestuurd door projectleider Eric Westerveld. Hierbij wordt intensief samengewerkt met de Nederlandse Taalunie. De ondersteunende website www.nederlandsonderdezon.nl is online, maar is in ontwikkeling en wordt uitgebreid.

Eric Westerveld: projectleider en auteur
Nederlandse Taalunie: oefenstof en onderwijskundige kaders
Studio Schurk: illustraties, ontwerp en basisconcept (Wendy van Veen),
ontwerp, opmaak en website (Miriam Knijff)
Everybody can design: opmaak
Suzanne Stam: eindredactie en coördinatie
Martin de Wit: productie audio-cd en website
Diana Mosterd: geluidsopnames

klant is koning
klantvraag

het Dilemma

‘Nederlands onder de zon’ is lesmateriaal Nederlands voor leerlingen op Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba. Nederlands onder de zon bevat leesteksten en bijbehorende oefeningen die aansluiten op de belevingswereld van de leerlingen op deze eilanden, dit was er nog niet.

De verhalen spelen zich af op de bovenwindse eilanden of zijn op een andere manier herkenbaar voor de kinderen. Nederlands onder de zon bestaat uit leesboekjes, oefenboekjes, aanvullend lesmateriaal, een audio-cd, een docentenhandleiding en deze website.

de buit

Docenten en leerlingen zijn blij met het nieuwe materiaal. ‘De materialen zien er mooi en kleurrijk uit, wat de kinderen natuurlijk aanspreekt. Maar wat vooral wordt gewaardeerd, is dat de teksten en illustraties aansluiten bij de lokale context en belevingswereld van kinderen op de bovenwindse eilanden. Er zijn bijvoorbeeld lessen over leguanen en heremietkrabben. De hoofdpersonen in de boekjes gaan snorkelen in Lower Bay (het gedeelte op Statia waar zich de stranden bevinden, red.). Zij beklimmen treden van ‘The Ladder’ (een in de rotsen uitgehouwen trap, red.) op Saba, zij maken mee wat er gebeurt als er een orkaan dreigt aan te komen en zij praten met toeristen in Philipsburg.’

Bron: De Nederlandse TaalUnie
de ontwerp opdracht
© Copyright 2018 - Studio Schurk